Wesseling Tuinen

Nestkast in de tuin

De meeste mensen hebben vroeger op school weleens een vogelhuisje gemaakt. Misschien weet u het nog. Het huisje werd trots opgehangen, maar er was geen vogel te bekennen. Dat heeft waarschijnlijk niet aan uw bouwwerk gelegen, maar alles aan de randzaken waar op gelet moet worden wanneer u een vogelhuisje in uw tuin ophangt. Want een vogelhuisje (of nestkastje zoals wij dat noemen) maken of kopen en vervolgens ophangen is zo gebeurd. Echter moet u daarbij op een aantal zaken letten. In dit artikel vertellen wij u hier alles over.

Na het lezen van dit artikel:

bent u bekend met verschillende nestkastjes
weet u welk nestkastje het beste in uw tuin past
weet u precies waar u op moet letten bij het ophangen van de nestkastjes
kunt u uw tuin ook inrichten voor vogels die zonder huisje broeden
bent u in staat om van uw tuin een waar vogelparadijs te maken.
hoe u ook andere dieren naar uw tuin lokt.



VOORDAT U BEGINT:

Bent u bekend met de dieren in uw tuin? Oftewel, weet u welke soort veelvuldig uw tuin bezoekt? Voordat u aan de slag gaat loont het de moeite om te onderzoeken welke dieren veel op bezoek komen in uw tuin. U zult verbaasd zijn.   
Voor dit onderzoekje heeft u verschillend voer nodig. Daarmee lokt u de verschillende diersoorten en kunt u direct zien wie het beste vertegenwoordigd is.

Denk bij verschillende soorten voer aan :

  • een pindaketting,
  • een voederkoker met vogelzaad,
  • een vogeltaart,
  • vetbollen,
  • zaadbollen,
  • een uitgebloeide zonnebloem,
  • een pindakaaspot met meelworm en wat appels.

Hier zullen verschillende vogels door worden aangetrokken
Het eerste wat u vervolgens doet is vaststellen om welke vogel het gaat en hoeveel van deze soort in uw tuin komen.

OVERZICHT TUINVOGELS:

Hieronder treft u een overzicht aan van de meest voorkomende tuinvogels:

Roodborstjes scharelen graag rond in de tuin. U zult hem niet snel op een zaadbol aantreffen. Zijn voorkeur gaat uit naar insecten. Hij zit graag goed beschut, daarom bouwt hij zijn een nest tussen de beplanting. Mocht u toch een nestkastje voor het roodborstje willen aanschaffen, let u er dan op dat u deze laag en goed verscholen ophangt. Bijvoorbeeld in of achter struikbegroeiing of klimplanten. Geen eenvoudige klus, want hij mag niet zichtbaar zijn!


Merel

De merel zult u niet in een volgelhuisje aantreffen. Er zijn dan ook geen nestskasten voor hem te koop. Wilt u graag merels in de tuin? Zorg voor een dichte struik of klimplant in de tuin met veel doorns. Zo zit hij goed beschut en wordt hij tevens beschermd tegen roofvogels. De Vuurdoorn is een goed voorbeeld van een ideale broedplaats voor de merel



Wilt u deze vogel in de winter een handje helpen? Dan volstaat een stukje appel. Verder zal hij zelf op zoek gaan naar wormpjes en slakjes.

Heggenmus

Zijn naam zegt al voldoende. Deze kleine vriend is dol op de beschutting van de heg. Ook voor hem is geen vogelhuisje te koop. Hoe dichter de beplanting hoe beter hij een mooi klein nestje kan maken. En ook voor hem geldt, stekels bieden bescherming tegen rovers.

Verder smult hij net zo graag van insecten, hoewel u hem in tegenstelling tot het roodborstje, ook kunt verblijden met vogelzaad.

Natuurlijk zijn er ook tuinvogels die wel graag in een huisje verblijven. Dit zijn de zogenaamde holenbroeders. Ze zijn niet allemaal even groot, daarom is voor elke soort een eigen nestkastje te verkrijgen. Bekende holenbroeders zijn de koolmees, de pimpelmees en de gewone mus. Welke nestkast geschikt is voor welke soort, heeft alles te maken met de afmeting van het invlieggat.  Een koolmees kiest een huis met een invlieggat ter grootte van de vroegere rijksdaalder (32 mm) terwijl de pimpelmees, die kleiner is, voldoende heeft aan een invlieggat ter grootte van een gulden (28 mm)

Koolmees



Pimpelmees

Naast dat u op de hoogte moet zijn van de geschikte afmeting, is het ook zaak een beetje kennis op te doen over uw gevederde tuinbewoner. Zo is van mezen bekend dat zij territoriaal zijn. Het is dus niet raadzaam om meerderde mezenkasten dicht bij elkaar te hangen.

<

Mus

Mussen daarentegen zijn graag als één grote familie bij elkaar. Ze kunnen ook prima vlak bij elkaar broeden.


HIER MOET U OP LETTEN BIJ HET OPHANGEN VAN NESTKASTEN:

  • Hang ze niet in de volle zon
  • Plaats ze uit de wind (nooit de opening naar het westen, zodat het huisje warm en droog blijft)
  • Maak het roofdieren zo moeilijk mogelijk om bij het huisje te komen, door hem beschut en/of hoog op te hangen.
  • Zijn er halsbandparkieten of spechten in de buurt gesignaleerd? Dan is het raadzaam om de vliegopening met een metalen randje af te zetten, zodat deze dieren de opening niet groter kunnen maken, waardoor het huisje ongeschikt wordt om te broeden.
  • Leven er eekhoorns in de buurt? Misschien heeft u ze zelfs van de pinda’s zien smullen, dan moet u een speciaal korfje om de vliegopening zetten. De eekhoorn wordt ook wel boomrat genoemd en is dol op de jonge vogeltjes die straks uit het ei komen. Een korf beschermt de jongen.

Andere nestkasten: specifieke vogels

Naast het bekende vogelhuisje zijn er nog meer soorten nestkasten waarmee u dieren in uw tuin kunt verblijden. Zo zijn er nestkasten voor specifieke vogels en nestkasten voor andere broedende dieren.

Een bekend voorbeeld van een nestkast voor specifieke vogels zijn de gierzwaluwkasten of uilenkasten. Woont u in een gebied waar een specifieke vogelsoort voorkomt en wilt u deze soort een broedplaats bieden in uw tuin? Laat u dan informeren over de voorwaarden voor de nestkast voor deze soort. U kunt bijvoorbeeld op de website van vogelbescherming Nederland veel informatie over specifieke nestkasten vinden en ze tevens bestellen.

Zoals deze steenuilenkast


Vaak kunt u voor informatie en een nestkast ook terecht bij regionale initiatieven, zoals vogelwerkgroep Amsterdam, waar tevens een gierzwaluwwerkgroep actief is.
Heeft u een kolonie gierzwaluwen in de buurt? Dan doet u er goed aan om meerdere netskasten bij elkaar te hangen. Dat kunt u bij uw eigen woning doen. U kunt ook met de buurt afspreken om gezamenlijk meerdere nestkasten op te hangen.

Andere nestkasten: Overige dieren

Hoewel het guitige diertje ook wel boomrat wordt genoemd, zijn er genoeg mensen die de eekhoorn graag zien. Ook voor hen bestaan er nestkasten. Let er wel op dat ze heel hoog in de boom gehangen worden. Want daar voelen ze zich het prettigst.

Zodra het gaat schemeren komen ze speels tevoorschijn. De vleermuis! In werkelijkheid is hij aan het jagen op mugjes. Zit u ’s zomers graag nog laat in de tuin? Dan is een vleermuizenkast onmisbaar. Zodra u een vleermuizenkast heeft hangen, is de kans groot dat deze wordt bezet.

Hang hem hoog en beschut, zodat hij goed wordt opgemerkt.

 

DE BESTE TIJD OM NESTKASTEN OP TE HANGEN

Veel mensen denken bij het aanbreken van de eerste warme temperaturen in april of mei aan een nestkast. Echter, dan bent u te laat. Vogels en andere dieren gaan al veel eerder op zoek naar een plekje waar straks hun nest in kan worden gemaakt. Zorg ervoor dat nestkasten in februari  al hangen. Heeft u al nestkasten in de tuin? Zorgt u er dan voor dat de nestkasten rond deze tijd zijn schoongemaakt, zodat ze opnieuw bewoond kunnen worden. Haalt u oude resten weg en schoonmaken kan eventueel met enkel water dat u vervolgens laat opdrogen.

Naar het overzicht
Route
Route
© 2021 Wesseling Tuinen • Realisatie STUDIO2B